“I dreamed of Africa” / uit: Out of Africa

Dagboek  van onze reis naar Tanzania en Zanzibar van 5 tot 16 juli 2008.

Deelnemers: Nicolle, Oscar, en onze kinderen Gino, Nina, Marjolein en Louise.

 

5 juli 2008

Gisteravond met een feestelijk etentje begonnen aan ons grote avontuur. En vandaag gaat het dan toch echt gebeuren: we gaan naar Tanzania! J  De feestvreugde wordt een klein beetje getemperd omdat Louise niet lekker is en we vragen ons af of het van de malariatabletten komt. Zelf denkt ze dat het van de vakantiestress is. Maar eerlijk gezegd, zijn we allemaal wel een beetje zenuwachtig…..

De reis naar Brussel verloopt prima omdat Oscar heeft doorgeleerd voor chauffeur. Inchecken gaat heel soepel want we zijn een half uur te vroeg. Dat komt goed van pas, omdat we moeten wachten op de instapkaarten die onze favoriete beugelbekkie uit Ethiopië nogal  t..r..a..a..g.. voor ons regelt.

Binnen no time zijn we geland in Parijs, o la la! Hier maken we kennis met de Afrikanen die hier allemaal nog instappen, en hun verzamelwoede die geen grenzen kent. Ze hebben ongeveer hun hele huisraad meegenomen als handbagage en het krioelt van de kleine afrikaantjes in het vliegtuig.

Het grote wachten is begonnen. Meer dan een uur vertraging in Parijs en we krijgen grote HONGER en DORST! Dan begint het langste stuk van onze vlucht, de hele nacht naar Ethiopië.  Louise moet overgeven en slaapt veel. Oscar speelt voor Zuster Florence Nightingale en leent zijn schouder uit. Marjolein houdt me de hele nacht gezelschap en we delen samen 1 deken, omdat Oscar er natuurlijk weer 2 had ingepikt J

Gino en Nina zitten gebroederlijk/gezusterlijk naast elkaar en tot onze schrik begint Gino ook al bleek te worden…

 

6 juli 2008

08.00 uur: Afrika! We landen in Addis Abeba, Ethiopië. We zijn vermoeid na de lange vlucht. Iedereen heeft wel goed kunnen slapen, dat wel. Geduldig wachten we op onze aansluitende vlucht naar Kilimanjaro Airport, maar we zijn blij dat dit het laatste stukje is.

Bij aankomst loopt Gino al overgevend het vliegtuig uit. We zien het niet op tijd aankomen en daardoor wordt het vervelend voor de andere passagiers die erlangs moeten lopen…. We vragen ons wederom af of we maar niet met de malariapillen moeten stoppen, of halveren.

14.00 uur: Aankomst in Kia Lodge, Arusha

We zijn netjes opgehaald door de shuttle van ons hotel en krijgen in het hotel een heel leuke ontvangst en erg leuke kamers in losse huisjes (vinden de kids erg cool). Lekker relaxed komen we bij in de bar in de tuin en Nina en Marjolein zijn zo dapper en springen in het koude en natte water van het zwembad. En: we beginnen al met onze eerste woordjes Afrikaans, Swahili dus.

Een mooi gekleurde salamander komt een foto van Oscar maken, pardon: andersom. Ik maak kennis met een lieve maar happende hond, die we Jambo noemen. We eten heerlijk in het restaurant dat aan drie kanten open is en een prachtig uitzicht heeft op de besneeuwde toppen van de Mount Kilimanjaro. Meer dan 5000 meter hoog, en een indrukwekkend plaatje!

Als we teruglopen naar de kamers, krijgen Nina en Gino hun deur niet meer geopend. Niet getreurd: een krijger van het hotel wordt geroepen en deze kruipt door het badkamerraam naar binnen en verhelpt het probleem.

 

7 juli, 09.00 uur

Na een heerlijk ontbijt met pannenkoeken en heerlijk vers fruit, worden we opgehaald door Rafael, onze gids en privé chauffeur. We heel erg luxe hoor, om zo’n privé safari te gaan maken met eigen chauffeur, eigen kok en nog twee assistenten, allen alleen maar voor ons!

We rijden naar Arusha National Park en droppen onze koffers bij ons kamp voor vanavond. Een mooie campsite bij een lodge met Mount Meru op de achtergrond, en aan de andere kant weer de Kilimanjaro, die lekker tóch nog zo’n 500 meter hoger is.

We worden hartelijk verwelkomd door onze chefkok, assistent-kok, organisator en nog een paar medewerkers (sommigen tandenloos….). Intussen belt Hans van onze reisorganisatie om te zeggen dat de malariapillen ook gehalveerd mogen worden ingenomen.

We gaan op game-drive, de eerste van deze vakantie. Al binnen 5 minuten zien we een kudde giraffen en zebra’s, met jonkies en alles heel dichtbij! Geweldig mooi, evenals de wilde zwijnen (Pumba!) en de vele buffels. Na een tijdje spotten we diverse apen, die watervlug van boom naar boom springen. Het landschap is prachtig en met veel bomen, een tropisch regenwoud dat ook nog heel lekker ruikt naar aarde en groen!

’s Middags lunchen we bij onze tent en onze kok (we noemen hem al Chef), heeft goed zijn best gedaan. Daarna gaat de jeep weer het park in met Rafael. Al meteen na de bocht zien we olifanten, die in de gaten gehouden worden door een ranger omdat ze anders wel heel dicht bij de lodge komen!

We zien dikdiks, herten, buffels, waterbokken en bavianen. En heel mooie vergezichten als we de heuvels inrijden. Op de terugweg zet Rafael de jeep in turbo-drive omdat we aan de late kant zijn en op tijd langs de gate moeten, en we racen naar onze campsite, waar het eten al klaar is en de tafel gedekt. Voor de ergste rammelende buikjes staat er wat popcorn klaar.

Het is heel gezellig met onze 3 tenten en de tafel onder de bomen. We eten soep en rijst met vlees. Oscar is mee gaan tanken in een dorpje en heeft bij Café Rotterdam (!!!!) een fles wijn op de kop getikt. We hullen ons allemaal in rode Maasai dekens, wat ons natuurlijk minder mooi staat met onze witte gezichten!

Een korte maar koude nacht volgt.

 

8 juli, 06.00 uur

Omdat het nog zo vroeg en koud is en de douches geen warm water hebben, maken we er maar een kattenwasje van. We ontbijten met z’n allen en vertrekken om 08.00 uur uit Arusha National Park, op weg naar Lake Manyara.

Gino is weer helemaal beter en Louise voelde zich ook goed vanochtend, maar dit blijkt niet zo te blijven en daarom wordt tijdens een tussenstop in Arusha besloten een dokter op te zoeken. Onderweg krijgen we ook nog een lekke band en onder het toeziend oog van enkele dorpsbewoners wordt het wiel verwisseld. Eenmaal terug in Kia Lodge, blijkt Louise een infectie te hebben en krijgt penicilline mee. We nemen allemaal een lekkere douche in de lodge en vervolgen onze weg naar Lake Manyara.

Het landschap verandert al snel van bergen, bomen en groen; naar dor en vlak. We zien Rift Valley en het Lake al liggen, met op de voorgrond enkele Baobab bomen. Ik word uitgelachen omdat ik dit zo’n prachtige bomen vind.  J

17.00 uur: Aankomst in Manyara. We zien een stukje van het dorp en een paar enthousiaste inwoners proberen ons houtsnijwerk en andere tierelantijnen te verkopen. De plaatselijke hotels lijken meer op bushokjes, het fruit ligt op straat te koop en de plaatselijke bevolking draagt alle kleuren die je kunt verzinnen. De babies zijn om op te vreten, maar wel stoffig!

Onze campsite van vannacht is dik in orde, en wéér zijn we de enige kampeerders. Alweer worden we allerhartelijkst ontvangen, door de beheerder en alle medewerkers. Met de onvermijdelijke uitnodiging om in hun winkel te komen kijken, want: “good price”. We eten heerlijk op de veranda en het wordt nóg romantischer als het licht uitvalt en de olielampen op tafel komen. Er is hier geen electriciteit en alles werkt (of niet) op generatoren.

Na het eten gaan we allemaal, inclusief de mensen van de camping, om het kampvuur zitten en liedjes zingen. Wij leren het lied over de Kilimanjaro in het Swahili en zij leren “hup Holland hup”. Hoe het komt weet ik niet, maar we kunnen geen intelligentere liedjes verzinnen vanavond…..

Swahili woorden die we geleerd hebben:

Jambo!Asante (sana) Hakuna matata KaribuKwaheri

Pole pole

Habari

– Hallo! – (Heel erg) bedankt  – Rustig aan Welkom – Tot ziens

– Langzaam

– Alstublieft

Koffie Banaan Vader Moeder Zusje

Broer

Vuur

– Kahawa – Desi – Baba, papa – Mama – Dada

– Kaka

– Moto

 

9 juli, 08.00 uur

Na een heerlijk rustige nacht ontbijten we op de veranda met zicht op spelende apen in de boom naast ons. We laten ons nog even “rippen” in de zogenaamde winkel en kopen wat Maasai  prullaria. We vinden dit prima omdat de mensen hier zo arm zijn en we toch iets voor ze willen doen.

En dan: op weg naar de game-drive in Lake Manyara! Het dak gaat eraf (ook letterlijk, want het kan omhoog zodat we kunnen staan en alles goed zien).  Direct zien we al een familie bavianen met hun babies. Alles tuimelt over elkaar heen en het is een leuk gezicht, vooral als ze elkaar lekker vlooien. We rijden langs een stel giraffen die vlak langs de weg staan. Verderop olifanten en veel apen. Rafael wijst ons op verse sporen van leeuwen en olifanten over de weg.

Na een uurtje komen we bij het meer en van veraf zien we al de duizenden flamenco’s als roze vlekken in het meer. Prachtig gewoon, en Oscar haalt zijn statief tevoorschijn om dit moois eens goed vast te leggen. Als we dichter naar het meer rijden, staan we plotseling oog in oog met een groep nijlpaarden, die luieren in het water. Ook hier weer veel jongen, en we horen van onze chauffeur dat het nu lente is in Tanzania en heel veel dieren nu jongen hebben. Boffen wij even!

Dit stuk land aan de rand van het meer stikt van de gele ooievaars, pelikanen en maraboes. Verder zien we wildebeasts en impala’s. Na de eerste dagen bergen en oerwoud te hebben gezien, zijn we nu weer onder de indruk van dit meer en het omringende savannegebied. Maar we moeten verder, en wel voor een rit van 230 km op weg naar de steppe van de Serengeti.

Eerst rijden we door het park van de Ngorongoro-krater en mogen al een blik werpen in de 1700 meter diepe krater. Het is heel indrukwekkend. We zullen hier over enkele dagen terugkeren om het vele wild te zien dat zich beneden bevindt. De tocht over de rand van de krater alleen al, is een avontuur op zich. Een slechte weg met afgronden aan de zijkanten en werk aan de weg bij elke bocht. Prachtige vergezichten over oerwoud aan de ene kant en krater met water aan de andere kant.

Dan rijden we door Maasai gebied en het landschap verandert voortdurend. Het wordt langzamerhand steeds vlakker en droger. Op de glooiende heuvels laten de Maasai hun kuddes vee grazen (er groeit bijna niets, dus hoe die dieren overleven is me een raadsel). Hier en daar een dorpje met hutjes, en kinderen langs de weg die bedelen. Het raakt me wel dat ze niet vragen om geld of sigaretten (zoals ik vaker bij andere vakanties heb meegemaakt) maar om een fles water. Erg hoor, dat ze dat geeneens hebben hier.

Na vijf uur rijden komen we in de Serengeti aan, het Afrika zoals we dat kennen van foto’s. Eindeloze vlaktes met paraplu-bomen. Over stoffige wegen rijden we onze “special camp site” tegemoet, een kamp midden in de natuur  tussen de wilde dieren, geen water en geen stroom. Onderweg zien wij twee leeuwen die hun welpen zogen en een prachtige zonsondergang boven de steppe. Oscar weet niet waar het hij eerst moet kijken om foto’s te maken.

In de “middle of nowhere” staan onze tenten, inclusief w.c.-tent en douche-tent,  en de tafel is al gedekt. Heel leuk allemaal, lekker primitief want wassen zal lastig worden. We kruipen heerlijk in onze tenten en ’s nachts hoor ik allerlei dierengeluiden als ik opsta om de prachtige sterrenhemel te bewonderen.

 

10 juli, 07.00 uur  (dit  verslag is gemaakt door Gino)

’s Ochtends stappen we, zonder ontbijt en gewapend met slechts 1 banaan, in de jeep voor een drie uur durende game drive. Om de hoek zien we een slapende gier in de boom. Een tijdje later zien we een groep jeeps staan. Na wat beter kijken zien we drie hyena’s. Maar zodra we naar de andere jeeps kijken, zien we dat ze naar de andere kant kijken. Zodra een van de jeeps vertrekt gaan wij op zijn plaats staan en zie ik achter een struik een leeuw liggen. Dan zien we nog twee leeuwenoortjes flapperen. Opeens zien we dat de leeuw een zebra te pakken heeft!

Na een tijdje is het afgelopen met de honger van de leeuw, en gaat hij lekker chillen onder een boom. Wij zijn de eerst die aan de andere kant de hyena’s weer zien komen. Ze komen steeds dichterbij MAAR de leeuw is niet van plan zijn zebra weg te geven. Dan komt de leeuw uit zijn hangmat en verjaagt ze. De hyena’s proberen het niet opnieuw want 3 hyena’s versus 2 leeuwen is wat moeilijk.

Voor de rest het gebruikelijke recept: herten, buffels etc. Nog een beetje rondkarren om daarna te genieten van een heel goed te eten, maar door zeeeer veel wespen belaagd ontbijt.

16.00 uur

De tweede game drive is wat rustiger dan de ochtend drive, waar meer te zien was. Wel ben ik gestoken door een T.W. (Tanzaniaanse Wesp). Met Louise gaat het inmiddels stukken beter. Ze heeft zelfs frieten gegeten die door onze Chef kundig zijn klaargemaakt. Het is niet te geloven wat deze man zoal kan maken op een butagas stel en een houtskool vuur.

Opeens zien we 100 meter van onze tent een vijftal giraffen lopen. Ze knabbelen tevreden aan de acacia-bomen en komen steeds dichterbij. Dit is pas het echte Out-of-Africa-gevoel!  Ze gaan pas weg als de jeep vertrekt voor de derde game drive van deze dag.

16.30 uur  (verslag door Oscar)

Tijd voor de derde game drive. Dak open en stof happen! Na een kwartiertje rondkarren, ineens een call op de radio. Rafael geeft plankgas, 50, 60 km per uur gaat het, racen over het bospad. Nina en Marjolein staan met hun wapperende en net schoongewassen haren in de wind. Rafael zegt niks, hij houdt de spanning er in, terwijl steeds meer jeeps ons spoor volgen. Na een wilde rit en een constant kwetterende radio, zien we in de verte een kudde jeeps staan. Nog een keer vol gas. En dan zijn we er: een luipaard in een boom. Meneer of mevrouw ligt heerlijk in de schaduw te slapen. Pootjes en staart hangen losjes naar beneden. Af en toe even uitrekken….oh wat is het toch lekker om lui te zijn! Een keer doet hij/zij even de groene ogen open en ziet zeker 20 auto’s die in een grote verkeersopstopping staan, en vele tientallen camera’s. Het beest heeft geen zin om uit de boom te komen, en we moeten terug naar huis.

Vlakbij het kamp nog een laatste verrassing als twee nijlpaarden brullend langs het water staan. Wat een grote beesten! Een van de twee bakent zijn territorium af met een flinke plas, terwijl hij zijn staart als een propellor rond laat gaan.

Tijd voor een heerlijk avondmaal van vis uit het Victoriameer, een groentewrap en heerlijke sperzieboontjes. Dan naar de tent, waar we oog in oog staan met een hyena die op minder dan 50 meter afstand om de tent sluipt.

20.00 uur:

Na een beker wijn te hebben gedronken met onze chauffeur Rafael, onze kok Daimon en de assistent-kok, gaan we vroeg naar bed. Zo rond negen uur!!! ’s Nachts hoor ik een paar keer hyena’s dichtbij en ze blijken bij de tent te zijn geweest op zoek naar voedsel uit onze “keuken”.  En verderop hoor ik het gebrul van een leeuw. Een kwartier later schrik ik wakker omdat het gebrul nu wel erg dichtbij komt! Gelukkig blijkt dit slechts het gesnurk van Oscar te zijn… J

 

11 juli, 07.30 uur

Een half uurtje later dan anders ontbijten en vertrekken we. Bij gebrek aan badkamer (wel een tentdouche) en omdat we geen water willen verspillen, slaan we de douche even over tot vanavond. Dan gaan we op weg naar Ngorongoro. Een rit van drie uur, die wat langer gaat duren want we spotten een cheetah mama met 4 welpen. En dan: wat een pech, alweer een lekke band!  Oscar en Rafael gaan heel moedig de auto uit om de band te verwisselen terwijl wij de cheetah in de gaten houden. Spannend!!! Zo hebben we heel veel tijd om dit mooie jachtluipaard en haar kleintjes goed te bekijken.

We rijden verder en verlaten de prachtige Serengeti-vlaktes, waarna we het gebied van de Ngorongoro-krater binnenrijden. Weer een gebied waar we vele Maasai zien met hun kuddes runderen. Als we stoppen bij de krater om van het uitzicht van bovenaf te genieten komt er een Maasai naar ons toe om kettingen en armbanden te verkopen en Oscar neemt snel wat foto’s. Wat zijn dat toch mooie mensen…

Dan dalen we verder af, de diepte in en zien onderweg al veel dieren. In de krater zelf is het een drukte van jewelste en de jeeps veroorzaken zoveel stof, dat we af en toe zand in de ogen krijgen en moeten gaan zitten. De concentratie van dieren is enorm en we zien dan ook in één oogopslag vele zebra’s, hyena’s, flamenco’s, buffels, gazelles. Het meer ligt prachtig in de zon met zijn witte zoutranden die pijn doen aan je ogen. Een hyena sleept een buffelkop door het water. We lunchen aan de rand van het meer bij de nijlpaarden (althans, op een veilige afstand van!). Een stuk verderop liggen er nog meer, en ze zwaaien met hun staartjes om water over zichzelf heen te gooien. Als er een begint te poepen propellert hij de poep over zijn soortgenoten heen en Oscar maakt snel een onsmakelijke foto.

Op weg naar de campsite komen we oog in oog te staan met een olifant die heerlijk een struik staat te mollen op zo’n 10 meter van ons af. We zijn zwaar onder de indruk als hij begint te poepen en plassen en zijn pielemans tot aan de grond komt! J

Een supersteile klim naar boven, uit de krater, maakt dat ik af en toe even benauwd naar beneden kijk. Waarom zijn hier vangrails nog niet uitgevonden, vraag ik me af. Eenmaal boven, zijn we nogal verrast als we op onze campsite aankomen. Niet alleen is het heel koud (we zitten hier op bijna 2000 meter) maar er staan meer dan 100 andere tenten van toeristen. Dat hebben we tot nu toe nog nergens meegemaakt! De koks die met de gezelschappen zijn meegekomen vinden het prima, die hebben een gezamenlijke overdekte kookruimte waar heel wat afgelachen wordt. Vooral onze Daimon heeft het hoogste woord.

Opeens duikt er een megagrote olifant op pal naast de tenten, die hier kind aan huis blijkt te zijn en even de watertank een stuk leger komt drinken! Geweldig om te zien en ook wel spannend, want het blijft toch een wild dier. Natuurlijk zijn er weer een paar domme toeristen die het dier van dichtbij met flitslicht gaan fotograferen. We horen later dat de olifant al eerder eens boos is geworden en de tenten heeft platgewalst.

De douches hebben alleen steenkoud water, maar we zijn vastbesloten en bijten op onze tanden terwijl we ons wassen. Lange broek en meerdere shirts aan, en zo gaan we aan tafel in een soort van eetzaal waar een paar groepen aan lange tafels mag aanschuiven voor het avondeten dat hun kok heeft gemaakt. Onze Chef heeft natuurlijk veel lekkerder gekookt dan die anderen!

Na een koude nacht met veel geluiden van snurkende buren en klapperende tanden, worden we lekker fris en heel uitgerust weer wakker.

 

12 juli, 08.30 uur

Vertrek uit Ngorongoro, op weg naar Tarangire. De bedoeling is dat we rond de middag op onze campsite lunchen, maar de stabilisatorstang van een wiel is gebroken en Rafael stopt in een dorp om dit even te laten maken. In de tussentijd lopen wij door het dorp en maken kennis met een 10-jarige jongen, Emas. Deze blijft bij ons lopen en geeft zo een gratis rondleiding. Het is een en al stof, koeien staan in pickup trucks, huisjes die geen ramen hebben maar iedereen is bezig, goed gekleed en we vermoeden dat dit toch een “rijk” dorp is. We ontmoeten alleen maar vriendelijke mensen en kijken onze ogen uit bij al deze coleur locale. We geven het kind een blikje cola en hij geeft onze kinderen alle 4 een gratis ketting, terwijl hij die eerder aan ons probeerde te verkopen. Goed voor ons allemaal om even te voelen wat het is om iets aan anderen te geven terwijl je zelf niet veel hebt…..

Nog even met de plaatselijke kids op de foto en dan naar ons volgende park. Tarangire, waar ik me vooral op verheug gezien de aanwezigheid van veel olifanten en veel baobab-bomen. Bij de entree van Tarangire National Park staat al meteen een gigantische baobab-boom en ik mag ermee op de foto (het lukt bij lange na niet om mijn armen om hem heen te slaan, je ziet me geeneens staan op die foto….).

De eerste game-drive gaat naar onze campsite en inderdaad: veel baobabs en heel veel wild. Honderden zebra’s, wildebeasts en waterbuffels. Als we arriveren in onze campsite is de tafel al gedekt en Daimon zet ons weer een heerlijke lunch voor. Weer een heerlijke plek hier, met slechts een paar andere kampeerders. Een grote vrije plek in de wildernis, onder de baobabs  en een keuken die zich gezellig onder de bomen bevindt.

De game-drive van de middag is spectaculair: we zien een prachtige natuur (alwéér anders, meer grassen en heuvelachtig, met een rivier en drinkpoelen) en veel wild. Tegen het eind van de middag steken vlak vóór ons een stuk of tien olifanten over, met kleine fantjes. We vallen stil en kijken alleen nog maar. Het is geweldig om te zien hoe dicht ze ons durven te benaderen. Heel erg op hun gemak lopen ze voor ons langs, de vader kijkt ons nog even aan om ons te waarschuwen terwijl naast onze jeep twee olifanten met de slurven elkaar “bepotelen” en weer een stukje verderop een koppel bezig is een baby-fant te maken….. We blijven hier bijna 45 minuten staan, zo mooi is het allemaal.

Dan, op de terugweg, een groep gieren aan de rivier die aan een kadaver plukken en vervolgens een geweldig mooie zonsondergang, een rode bol boven het riviertje en donkere baobabs tegen de achtergrond. Zucht…..

Het avondeten gaat gepaard met Afrikaans gezang want een van de groepen heeft een feestje. In onze keuken is het ook gezellig want onze kok heeft bezoekers en die houden hem gezelschap. We zitten weer te smikkelen naast de romantische olielampen en slapen als babies. Wat een heerlijke dag, alweer!!! Jammer genoeg is het onze laatste avond met onze Chef en zijn assistenten. Alleen Rafael gaat nog met ons verder.

Dieren die wij hebben gezien: Giraffe (Twiga), Olifant (Timbo), Dikdik, Zwijn (Pumba), Nijlpaard (Kiboko, Hippo), Impala, Wildebeest, Baviaan (Njani), Kalabasaap (Bega), Waterbuffel, Waterbok, Flamingo, Pelikaan, Ooievaar, Struisvogel, Gier, Hyena, Jachtluipaard (Cheetah), Leeuw (Simba), Luipaard, Jakhals, Vos, Eekhoorn. En ontelbare vogels en kleinere dieren waar mij de namen van ontschoten zijn.

 

13 juli, 09.00 uur

We nemen innig afscheid van Daimon en zijn assistenten. Dan vertrekken we voor onze laatste game-drive, waarin we drinkende zebra’s en gnoes zien. En alweer hebben we geluk, een kudde overstekende olifanten tegen te komen. Een heel kleintje is bijna niet te zien in het hoge gras, en een verontwaardigde “puber” toetert kwaad op ons als we langsrijden.

We tuffen het park uit en rijden naar Kilimanjaro airport. Onderweg weer veel zwaaiende mensen en lachende gezichten. Een knuffel en dikke fooi voor de ploeg die we aan Rafael overhandigen, en dan is het wachten op onze vlucht naar Zanzibar. Met een vertraging van 1 ½ uur mogen we een overvol vliegtuig in. Gelukkig is het maar een half uurtje vliegen. We stappen uit op een warm, vochtig airport en onze koffers worden met de hand van de kar gehaald en voor ons op een tafel gezet.

Het busje van ons hotel staat al klaar en we worden door Stone Town gereden, op het eerste gezicht een vuile en stinkende stad. Oscar vraagt zich vertwijfeld af waar we nu terecht zijn gekomen. Het ziet er inderdaad vies uit maar ik weet uit ervaring dat dat bij een derde wereldland hoort, en dat het went. Ons hotel, Mtoni Marine, is sfeervol en de bediening welwillend, ook al kunnen ze een cursus Engels heel goed gebruiken. De kinderen krijgen met hun viertjes hun eigen appartement (suite!) met 2 slaapkamers, 2 badkamers, een keuken en een groot balkon. Het ziet er een beetje uit als 1001 nacht-sprookjes, dus dit valt in goede aarde.  Voor ons  is een grote kamer met zeezicht en kingsize bed ( volgens Oscar de bruidssuite J )  met een groot balkon en een doorkijkje tussen de ruime badkamer en de slaap/zitkamer. We nemen (eindelijk!) een heerlijk  warme en uitgebreide douche en met frisgewassen haren en bruine snoetjes gaan we het restaurant opzoeken.

Tot onze vreugde zijn er ook tafels gedekt op het strand, rondom een kampvuur. Uiteraard gaan we hier zitten, lekker met de voetjes in het zand, en we mogen kiezen uit een aantal voor- hoofd- en nagerechten, wat niet al te lastig is omdat er diverse dingen niet voorradig zijn. Een drietal heren-in-jurk schotelt ons op het strand Afrikaanse muziek voor, wel toepasselijke muziek op deze locatie. We kuieren lekker door de mooi aangelegde tuin naar onze heerlijke bedjes om onder het muskietennet lekker te gaan dromen.

 

14 juli

Onze eerste echte dag in Zanzibar en we gaan eerst lekker ontbijten. Pannenkoek, omelet, vers fruit, het smaakt heerlijk allemaal. We lenen de handdoeken van het hotel en gaan bij de buren zwemmen, omdat ons zwembad nog lang niet klaar is. Volgens een eerder ontvangen email zijn ze een maand achter op schema, naar onze mening pas in de beginfase….  Bij de buren, die alleen bungalows verhuren, is het erg rustig en we hebben het zwembad bijna voor ons alleen. De kids zwemmen lekker in het zwembad en in de zee. Na een bord frietjes bestellen we een taxi naar het centrum van Stone Town, de oude stad van Zanzibar city. We vinden wel de juiste straat in het centrum, maar lopen ons voor de tweede keer al suf om een pinautomaat te vinden die a) het doet b) niet alleen Visa maar ook Mastercard accepteert. Dat blijkt dus niet het geval en gelukkig is het duikcentrum, waar we een snorkelexcursie boeken, bereid om ons extra geld te laten pinnen.

Het centrum zelf is oud, kapot en niet opgeknapt, dus troosteloos. Maar wel veel activiteit, iedereen  loopt wel wat te doen. Op het strand bij de haven nemen we een drankje op een terras en genieten van de kunsten die de lokale bevolking uithaalt om auto’s over het strand naar de veerboot te laten rijden. Er moet zelfs een 4-wheel drive aan te pas komen om een vrachtwagen uit het zand los te trekken. We vermaken ons nog even met de plaatselijke straatventers die alles “very cheap” willen verkopen, van nootjes tot t-shirts tot c.d.’s met de plaatselijke hits. Afdingen noodzaak!

We hebben weer geld, onze snorkeloutfits zijn gepast (how charming!) en we maken een deal met een taxi-chauffeur die ons de rest van ons verblijf hier overal heen zal brengen. In ons hotel zijn de bedden gemaakt met allemaal verse bloemen op het bed, en ons favoriete 3-mans orkest zit zich weer bewusteloos te spelen onder de rook van het kampvuur. Onze favoriete gerechten zijn er nog steeds niet, maar we krijgen ons buikje toch weer rond gegeten. Op tijd naar bed, want morgen wordt het vroeg op en zwemmen met de vissen!

 

15 juli, 08.00 uur

Een snel ontbijt, en dan staat “onze” chauffeur Thomas gereed om ons naar de haven in Stone Town te brengen. We melden ons bij de crew en gaan naar de houten boot die ons, en twee groepjes duikers, naar het rif bij Prison Island zal brengen. Het is een beetje bewolkt en daardoor wat frisser, maar het half uurtje op de boot is toch wel lekker. Als we aankomen bij het rif zien we dat het water hier heel mooi lichtblauw is en we kunnen de bodem zien, zó helder. De duikers maken zich klaar en dan beginnen wij, met onszelf in het pak te hijsen en de zwemvliezen aan te trekken. Dat heeft nog heel wat voeten in de aarde (of moet ik zeggen: in het water?). Eén been optillen in een wiebelende boot ziet er bij de meesten erg komisch uit! Dan even lekker spugen in de duikbril, pijp in de mond en springen maar!

Bij Louise zijn eerst wat startproblemen met de bril en de techniek, maar zij mag met de instructeur mee aan de reddingsboei en al snel gaat het beter. Het rif is prachtig en iedereen geniet van de verschillende soorten koraal en mooie vissen, zeesterren, zee-egels en zee-komkommers. Af en toe komt een kleine kwal ons prikken maar voort de rest is het alleen maar genieten. Na 45 minuten gaan we terug naar de boot en op het dek wachten op de duikers. Deze zijn op 18 meter diepte geweest en hebben het erg koud.

We lunchen aan boord met allerlei lokale hapjes en fruit. Dan is het tijd voor een tweede snorkelsessie: een ander rif, iets minder groot en minder diep, maar met op 4 meter diepte een scheepswrak en hier zit ook veel vis. Het is alweer prachtig en iedereen heeft het naar zijn zin. Ook boven water wordt het steeds beter want de zon begint door te komen. We zijn zelfs een beetje verbrand want kunnen ’s avonds precies zien waar het duikpak ophield gezien de “witte bermuda’s” die we aanhebben.

Als we terug zijn bij ons hotel willen de kids nog even gaan zwemmen “bij de buren”. Oscar en ik nemen even rust en besluiten om een ijsje te gaan scoren als de kinderen terug zijn. Zo ontdekken we de sport bar in ons hotel annex bistro, voor mij direct de fijnste plek hier aangezien het terras een prachtig uitzicht op een baai heeft. Het ijs en de muffins smaken nóg beter als we de zonsondergang zien op het strand, met in de verte een ander eiland. Ik heb een brok in mijn keel en Oscar maakt heel veel foto’s om dit prachtige schouwspel als herinnering vast te leggen.

We reserveren direct een tafel voor het avondeten, zodat we eens iets anders kunnen bestellen dan bij ons restaurant. De mannen kijken even naar de Tour en de meiden spelen pool biljart. Daarna lekker douchen en inpakken, want morgen is alweer onze laatste dag. Onze Zanzibar-versie van tante Sidonia komt muggenverdelger spuiten op de kamers en lacht zich een ongeluk als Oscar vuile handdoeken opvouwt om haar mee te geven… Dit is duidelijk een land waar vrouwen de mannen nog op handen dragen L   ’s Avonds eten we lekker hamburger, fish and chips en pasta onder de glunderende ogen van de huiskat. Verder maken we voor de eerste keer in dit land kennis met een tropische regenbui, en dat terwijl de paraplus van het hotel zo lek zijn als een zeef.

 

16 juli, 07.00 uur

De wekker loopt vroeg af want we moeten de koffers verder inpakken, waarna we met Thomas naar de oostkust gaan om een heel mooi strand te bekijken. Bounty stranden, volgens de reisgids. Hij staat alweer op tijd gereed, en netjes gekleed, als we onze koffers aan onze lieve oude hotelportier hebben gegeven die ze voor ons bewaart. Tijdens een prachtige rit over het eiland zie we een weelderige tropische plantengroei van bananen, mangobomen, rijstvelden, afgewisseld met dorpen waar de tijd heeft stilgestaan. Mensen in kleurige kleding, veelal moslims, lopen langs de wegen. In het midden van het eiland regent het flink en weggetjes in de dorpen veranderen in oranje modderpoelen. Ossenkarren staan langs de weg en kippen steken de straat over. Kinderen dragen bananenbladeren als paraplu boven hun hoofd.

Thomas brengt ons eerst naar een verlaten vissersstrand, waar zich een dorpje bevindt met een aquarium voor zeeschildpadden. De grootste is meer dan 1 meter en we mogen hun voeren met zeewier. De kleintjes mogen we zelfs even vasthouden. De grote slang in een kooi en het baby-poesje dat ons achtervolgt, laten we liever voor wat ze zijn want dat vinden we te zielig. Dan rijden we terug langs een aantal resorts en nemen een klein weggetje dat naar het strand leidt. Helaas is het bewolkt, maar het strand is rustig, mooi, het zand superwit en het water alle tinten blauw. We drinken koffie langs het strand, maken een wandeling en de kinderen verzamelen schelpen en koraal. Een idyllisch plekje, zeker als de zon opeens doorbreekt en het witte zand je gewoon je ogen laat dichtknijpen. De w.c. in de strandbar is buiten gebruik, maar we mogen gewoon naar de badkamer van een van de bewoners achter het strand. Over gastvrij gesproken! Dan is het helaas tijd om terug te gaan naar onze taxi en naar ons hotel voor de lunch. Weer een schitterende rit over dit mooie eiland, ondanks de pittige regenbuien.

We eten een pizza in ons sportcafé, halen de koffers op en worden door de hotelshuttle op het vliegveld afgezet. We zijn op tijd bij Zanzibar Airport en checken snel in. Alhoewel….eenmaal met onze instapkaarten in de hand, worden we fijntjes gewezen op de luchthavenbelasting van 50 dollar p.p. en Oscar is verontwaardigd als hij ook nog eens de uitreiskaarten opnieuw moet invullen en tot overmaat van ramp ook nog zijn handbagage wordt gecontroleerd. Twintig minuten te vroeg (huh???) mogen we instappen en vertrekken we van Zanzibar naar Daar-es-Salaam en van daaruit naar Addis Abeba, Parijs en Brussel. Veel geslapen en een vlottere vlucht dan de heenreis. Helaas, het is alweer afgelopen, onze droomreis!

Om dit dagboek van onze reis naar Tanzania en Zanzibar volledig te maken, hebben we besloten om allemaal onze persoonlijke gevoelens  en gedachten over onze vakantie aan dit dagboek toe te vertrouwen. Hier volgen de ontboezemingen van Nina, Louise, Marjolein, Gino, Oscar en mijzelf. Ik hoop dat iedereen die dit dagboek leest veel plezier zal beleven aan onze reisherinneringen.

Nicolle Felix

 

Nina, 14 jaar

Jambo!! De safari met alle dieren vond ik geweldig, en wat ik vooral fantastisch vond waren de olifanten, de giraffen en de leeuwen. Het verbaasde me dat de dieren heel dichtbij kwamen. Met de tenten ’s nachts tussen de dieren vond ik erg leuk maar soms ook best wel eng want de dieren kwamen dichtbij de tenten. De dingen die we hebben gedaan in Zanzibar waren ook super. Ik vond het snorkelen het leukste van de tijd in Zanzibar.

Het eten op safari vond ik erg lekker want het waren dingen die ik lekker vond en het was lekker klaargemaakt. Het eten in Zanzibar vond ik wat minder want het meeste lustte ik niet. Hoe de mensen moeten leven in Tanzania en Zanzibar vond ik erg om te zien. De huizen waren heel erg klein en kapot. De voetbalvelden waar de kinderen op speelden lagen vol met afval. Het stonk heel erg.

De reis was voor mij een speciale ervaring want het zien van de prachtige dieren en de andere manier van leven vond ik erg speciaal. Ik zou zo’n reis nog wel eens willen doen alleen het vliegen was wel lang, maar het was wel eens leuk om het overstappen mee te maken.

Kwaheri!  Nina

Lolo (Louise), 13 jaar

Ik vond het mooi, maar zielig om al die arme huisjes te zien. Vooral omdat de mensen die daarin wonen niks hebben. De dieren vond ik erg mooi, de leeuwen met hun welpies vond ik het mooist.

Marjolein, 13 jaar

Jambo! Ik vond de safari erg mooi en leuk om te doen. Het eten was erg lekker. Rafael reed goed en we zagen veel, dus de safari was erg leuk. Wat jammer was, was dat Louise ziek werd en dat we daardoor misschien eerder naar huis moesten. Gelukkig zei de dokter dat ze niet naar huis hoefde dus kon de safari gewoon doorgaan.

In Zanzibar was het net zo leuk. We gingen lekker zwemmen in het bad van de buren (en natuurlijk in een keer met een bommetje in het water springen!). Ook hebben we gesnorkeld dat was hartstikke mooi en toen ik met mijn snorkel in het water lag lukte het me in één keer.

Gino, 14 jaar

Ik vond niet een van de details mooi, bijvoorbeeld een luipaard of een olifant, maar wel het grote beeld van Tanzania: de dieren, de mensen, het past gewoon precies. Maar buiten dat beeld is het armoede wat de klok slaat. Wij hebben ook iets gezien van die wereld, maar niet zo heel veel. Misschien maar goed ook….

Oscar

Jambo, allemaal! Twee dagen weer thuis, goed de tijd gehad om even na te denken over wat ik het mooiste vond van de reis naar Tanzania. Op de allereerste plaats is het heel bijzonder om zo’n reis met vier lieve kinderen en een even zo lieve vriendin te maken. Samen geniet je dubbel zoveel ervan.

Ik was totaal verbaasd te zien dat er zo enorm veel dieren leven op die plek op aarde. Overal waar je keek zag je wild leven. En dat op een plek die zo droog is, dat je goed moet zoeken naar wat water en wat schaduw. Het was best spannend om in ons tentje te liggen en ’s nachts de wilde dieren te horen. Vooral de hyena’s waren dichtbij te horen. Wat ook heel speciaal was, was de manier hoe er voor ons werd gezorgd. Voor Rafael was het nooit teveel om nog eventjes ergens naar toe te rijden, en Daimon toverde een aantal keer per dag de lekkerste gerechten op tafel die hij maakte op een simpel vuurtje van houtskool. De armoede in Tanzania was natuurlijk best naar om te zien. Op het vasteland vond ik het nog wel meevallen, en het viel me op dat alle mensen erg vrolijk waren. Op Zanzibar vond ik het nog een slag erger. Alles kapot, stinken en kinderen die in het vuil aan het spelen waren.

Het meest speciale van de vakantie vind ik de herinnering aan Emas. Een jongetje van 10 jaar, die ons vrijwillig als een gids door zijn dorpje heeft rondgeleid. Hij vertelde dat hij maar 3 dagen in de week naar school kon. Niet snel zal ik vergeten hoe blij hij keek toen ik een blikje cola voor hem kocht. Als afscheid gaf hij aan alle vier de kinderen een mooie ketting kado, die hij eigenlijk probeerde te verkopen. Ik vond dat zo enorm lief en typerend voor de meeste mensen die ik in Tanzania heb gezien.

Een prachtige, arme, maar zeer rijke plek op aarde. Kwaheri, Oscar

Nicolle

“I dreamed of Africa” is een van de zinnen die mij zijn bijgebleven uit de film Out of Africa met Meryl Streep. Nadat Kenia een onvergetelijke indruk op mij maakte zo’n 18 jaar geleden, heb ik altijd de wens gehad nog eens naar Afrika terug te keren. Dit jaar, in vele opzichten een speciaal en gedenkwaardig jaar voor mij, ging het dus echt gebeuren. En nog wel met kinderen en vriend erbij, een hoogtepunt in mijn leven dus.

Zodra wij geland waren in Tanzania voelde ik me alweer thuis en gaandeweg leerde ik Tanzania en haar bewoners een beetje kennen. De altijd lachende en vriendelijke bevolking, de heerlijke temperatuur, het prachtige landschap. Zo eerlijk, zo puur, zo wild, zo echt! En het geluk dat we hadden om veel wild van dichtbij te zien, meestal met jongen. Fantastisch. De schoonheid en de rust van dit land hebben mij meerdere malen ontroerd en me een speciaal gevoel gegeven. Daarom moet ik bekennen dat een klein stukje van mijn hart hier is achtergebleven.

En ik zeg dus weer: “I dream of Africa”!   Kwaheri, Nicolle

P.s. En namens ons allen: een speciaal woord van dank voor onze Hans en Wilfred van onze reisorganisatie en hun crew in Tanzania, voor de fantastische begeleiding en goede zorgen!

 

Beoordeling van deze safari:

Privé reizigers:Het mooiste ?Cijfer
Nicole, Oscar, Gino (14), Nina (14), Marjolein (13), Louise (13).Juli 2008De flexibiliteit in het schema, de support voor Louise, de betrokkenheid en vriendelijkheid van de crew. Verder niets dan lof over deze reis, met name voor jullie organisatie en de medewerkers die ons begeleid hebben! Onvergetelijk was het zeker!8-9
Duur: 10 dagen. Route: Arusha, Manyara, Serengeti, Ngorongoro, Tarangire, Zanzibar.

 

Dit verslag is ook te lezen op: Safari Vinden

Reacties zijn gesloten.