|
"I dreamed of Africa" / uit: Out of Africa
Dagboek van onze
reis naar Tanzania en Zanzibar van 5 tot 16 juli 2008.
Deelnemers: Nicolle, Oscar, en onze kinderen Gino, Nina, Marjolein en Louise.

5 juli 2008
Gisteravond met een feestelijk etentje begonnen aan ons
grote avontuur. En vandaag gaat het dan toch echt gebeuren: we gaan naar
Tanzania! J De feestvreugde wordt
een klein beetje getemperd omdat Louise niet lekker is en we vragen ons af of
het van de malariatabletten komt. Zelf denkt ze dat het van de vakantiestress
is. Maar eerlijk gezegd, zijn we allemaal wel een beetje zenuwachtig.....
De reis naar Brussel verloopt prima omdat Oscar heeft
doorgeleerd voor chauffeur. Inchecken gaat heel soepel want we zijn een half uur
te vroeg. Dat komt goed van pas, omdat we moeten wachten op de instapkaarten die
onze favoriete beugelbekkie uit Ethiopië nogal t..r..a..a..g.. voor ons regelt.
Binnen no time zijn we geland in Parijs, o la la! Hier
maken we kennis met de Afrikanen die hier allemaal nog instappen, en hun
verzamelwoede die geen grenzen kent. Ze hebben ongeveer hun hele huisraad
meegenomen als handbagage en het krioelt van de kleine afrikaantjes in het
vliegtuig.
Het grote wachten is begonnen. Meer dan een uur vertraging
in Parijs en we krijgen grote HONGER en DORST! Dan begint het langste stuk van
onze vlucht, de hele nacht naar Ethiopië. Louise moet overgeven en slaapt veel.
Oscar speelt voor Zuster Florence Nightingale en leent zijn schouder uit.
Marjolein houdt me de hele nacht gezelschap en we delen samen 1 deken, omdat
Oscar er natuurlijk weer 2 had ingepikt J
Gino en Nina zitten gebroederlijk/gezusterlijk naast elkaar
en tot onze schrik begint Gino ook al bleek te worden...
6 juli 2008
08.00 uur: Afrika! We landen in Addis Abeba, Ethiopië. We
zijn vermoeid na de lange vlucht. Iedereen heeft wel goed kunnen slapen, dat
wel. Geduldig wachten we op onze aansluitende vlucht naar Kilimanjaro Airport,
maar we zijn blij dat dit het laatste stukje is.
Bij aankomst loopt Gino al overgevend het vliegtuig uit.
We zien het niet op tijd aankomen en daardoor wordt het vervelend voor de andere
passagiers die erlangs moeten lopen.... We vragen ons wederom af of we maar niet
met de malariapillen moeten stoppen, of halveren.
14.00 uur: Aankomst in Kia Lodge, Arusha
We zijn netjes opgehaald door de shuttle van ons hotel en
krijgen in het hotel een heel leuke ontvangst en erg leuke kamers in losse
huisjes (vinden de kids erg cool). Lekker relaxed komen we bij in de bar in de
tuin en Nina en Marjolein zijn zo dapper en springen in het koude en natte water
van het zwembad. En: we beginnen al met onze eerste woordjes Afrikaans, Swahili
dus.
Een mooi gekleurde salamander komt een foto van Oscar
maken, pardon: andersom. Ik maak kennis met een lieve maar happende hond, die we
Jambo noemen. We eten heerlijk in het restaurant dat aan drie kanten open is en
een prachtig uitzicht heeft op de besneeuwde toppen van de Mount Kilimanjaro.
Meer dan 5000 meter hoog, en een indrukwekkend plaatje!
Als we teruglopen naar de kamers, krijgen Nina en Gino hun
deur niet meer geopend. Niet getreurd: een krijger van het hotel wordt geroepen
en deze kruipt door het badkamerraam naar binnen en verhelpt het probleem.
7 juli, 09.00 uur
Na een heerlijk ontbijt met pannenkoeken en heerlijk vers
fruit, worden we opgehaald door Rafael, onze gids en privé chauffeur. We heel
erg luxe hoor, om zo’n privé safari te gaan maken met eigen chauffeur, eigen kok
en nog twee assistenten, allen alleen maar voor ons!
We rijden naar Arusha National Park en droppen onze koffers
bij ons kamp voor vanavond. Een mooie campsite bij een lodge met Mount Meru op
de achtergrond, en aan de andere kant weer de Kilimanjaro, die lekker tóch nog
zo’n 500 meter hoger is.
We worden hartelijk verwelkomd door onze chefkok,
assistent-kok, organisator en nog een paar medewerkers (sommigen tandenloos....).
Intussen belt Hans van onze reisorganisatie om te zeggen dat de malariapillen
ook gehalveerd mogen worden ingenomen.
We gaan op game-drive, de eerste van deze vakantie. Al
binnen 5 minuten zien we een kudde giraffen en zebra’s, met jonkies en alles
heel dichtbij! Geweldig mooi, evenals de wilde zwijnen (Pumba!) en de vele
buffels. Na een tijdje spotten we diverse apen, die watervlug van boom naar boom
springen. Het landschap is prachtig en met veel bomen, een tropisch regenwoud
dat ook nog heel lekker ruikt naar aarde en groen!
’s Middags lunchen we bij onze tent en onze kok (we noemen
hem al Chef), heeft goed zijn best gedaan. Daarna gaat de jeep weer het park in
met Rafael. Al meteen na de bocht zien we olifanten, die in de gaten gehouden
worden door een ranger omdat ze anders wel heel dicht bij de lodge komen!
We zien dikdiks, herten, buffels, waterbokken en bavianen.
En heel mooie vergezichten als we de heuvels inrijden. Op de terugweg zet Rafael
de jeep in turbo-drive omdat we aan de late kant zijn en op tijd langs de gate
moeten, en we racen naar onze campsite, waar het eten al klaar is en de tafel
gedekt. Voor de ergste rammelende buikjes staat er wat popcorn klaar.
Het is heel gezellig met onze 3 tenten en de tafel onder de
bomen. We eten soep en rijst met vlees. Oscar is mee gaan tanken in een dorpje
en heeft bij Café Rotterdam (!!!!) een fles wijn op de kop getikt. We hullen ons
allemaal in rode Maasai dekens, wat ons natuurlijk minder mooi staat met onze
witte gezichten!
Een korte maar koude nacht volgt.
8 juli, 06.00 uur
Omdat het nog zo vroeg en koud is en de douches geen warm
water hebben, maken we er maar een kattenwasje van. We ontbijten met z’n allen
en vertrekken om 08.00 uur uit Arusha National Park, op weg naar Lake Manyara.
Gino is weer helemaal beter en Louise voelde zich ook goed
vanochtend, maar dit blijkt niet zo te blijven en daarom wordt tijdens een
tussenstop in Arusha besloten een dokter op te zoeken. Onderweg krijgen we ook
nog een lekke band en onder het toeziend oog van enkele dorpsbewoners wordt het
wiel verwisseld. Eenmaal terug in Kia Lodge, blijkt Louise een infectie te
hebben en krijgt penicilline mee. We nemen allemaal een lekkere douche in de
lodge en vervolgen onze weg naar Lake Manyara.
Het landschap verandert al snel van bergen, bomen en groen;
naar dor en vlak. We zien Rift Valley en het Lake al liggen, met op de voorgrond
enkele Baobab bomen. Ik word uitgelachen omdat ik dit zo’n prachtige bomen
vind. J
17.00 uur: Aankomst in Manyara. We zien een stukje van het
dorp en een paar enthousiaste inwoners proberen ons houtsnijwerk en andere
tierelantijnen te verkopen. De plaatselijke hotels lijken meer op bushokjes, het
fruit ligt op straat te koop en de plaatselijke bevolking draagt alle kleuren
die je kunt verzinnen. De babies zijn om op te vreten, maar wel stoffig!
Onze campsite van vannacht is dik in orde, en wéér zijn we
de enige kampeerders. Alweer worden we allerhartelijkst ontvangen, door de
beheerder en alle medewerkers. Met de onvermijdelijke uitnodiging om in hun
winkel te komen kijken, want: “good price”. We eten heerlijk op de veranda en
het wordt nóg romantischer als het licht uitvalt en de olielampen op tafel
komen. Er is hier geen electriciteit en alles werkt (of niet) op generatoren.
Na het eten gaan we allemaal, inclusief de mensen van de
camping, om het kampvuur zitten en liedjes zingen. Wij leren het lied over de
Kilimanjaro in het Swahili en zij leren “hup Holland hup”. Hoe het komt weet ik
niet, maar we kunnen geen intelligentere liedjes verzinnen vanavond.....
Swahili woorden die we geleerd
hebben:
|
Jambo!
Asante (sana)
Hakuna matata
Karibu
Kwaheri
Pole pole
Habari |
- Hallo!
-
(Heel erg) bedankt
- Rustig aan
-
Welkom
- Tot ziens
- Langzaam
- Alstublieft |
Koffie
Banaan
Vader
Moeder
Zusje
Broer
Vuur |
- Kahawa
- Desi
- Baba, papa
- Mama
- Dada
- Kaka
- Moto |
9 juli, 08.00 uur
Na een heerlijk rustige nacht ontbijten we op de veranda
met zicht op spelende apen in de boom naast ons. We laten ons nog even “rippen”
in de zogenaamde winkel en kopen wat Maasai prullaria. We vinden dit prima
omdat de mensen hier zo arm zijn en we toch iets voor ze willen doen.
En dan: op weg naar de game-drive in Lake Manyara! Het dak
gaat eraf (ook letterlijk, want het kan omhoog zodat we kunnen staan en alles
goed zien). Direct zien we al een familie bavianen met hun babies. Alles
tuimelt over elkaar heen en het is een leuk gezicht, vooral als ze elkaar lekker
vlooien. We rijden langs een stel giraffen die vlak langs de weg staan. Verderop
olifanten en veel apen. Rafael wijst ons op verse sporen van leeuwen en
olifanten over de weg.
Na een uurtje komen we bij het meer en van veraf zien we al
de duizenden flamenco’s als roze vlekken in het meer. Prachtig gewoon, en Oscar
haalt zijn statief tevoorschijn om dit moois eens goed vast te leggen. Als we
dichter naar het meer rijden, staan we plotseling oog in oog met een groep
nijlpaarden, die luieren in het water. Ook hier weer veel jongen, en we horen
van onze chauffeur dat het nu lente is in Tanzania en heel veel dieren nu jongen
hebben. Boffen wij even!
Dit stuk land aan de rand van het meer stikt van de gele
ooievaars, pelikanen en maraboes. Verder zien we wildebeasts en impala’s. Na de
eerste dagen bergen en oerwoud te hebben gezien, zijn we nu weer onder de indruk
van dit meer en het omringende savannegebied. Maar we moeten verder, en wel voor
een rit van 230 km op weg naar de steppe van de Serengeti.
Eerst rijden we door het park van de Ngorongoro-krater en
mogen al een blik werpen in de 1700 meter diepe krater. Het is heel
indrukwekkend. We zullen hier over enkele dagen terugkeren om het vele wild te
zien dat zich beneden bevindt. De tocht over de rand van de krater alleen al, is
een avontuur op zich. Een slechte weg met afgronden aan de zijkanten en werk aan
de weg bij elke bocht. Prachtige vergezichten over oerwoud aan de ene kant en
krater met water aan de andere kant.
Dan rijden we door Maasai gebied en het landschap verandert
voortdurend. Het wordt langzamerhand steeds vlakker en droger. Op de glooiende
heuvels laten de Maasai hun kuddes vee grazen (er groeit bijna niets, dus hoe
die dieren overleven is me een raadsel). Hier en daar een dorpje met hutjes, en
kinderen langs de weg die bedelen. Het raakt me wel dat ze niet vragen om geld
of sigaretten (zoals ik vaker bij andere vakanties heb meegemaakt) maar om een
fles water. Erg hoor, dat ze dat geeneens hebben hier.
Na vijf uur rijden komen we in de Serengeti aan, het Afrika
zoals we dat kennen van foto’s. Eindeloze vlaktes met paraplu-bomen. Over
stoffige wegen rijden we onze “special camp site” tegemoet, een kamp midden in
de natuur tussen de wilde dieren, geen water en geen stroom. Onderweg zien wij
twee leeuwen die hun welpen zogen en een prachtige zonsondergang boven de
steppe. Oscar weet niet waar het hij eerst moet kijken om foto’s te maken.
In de “middle of nowhere” staan onze tenten, inclusief w.c.-tent
en douche-tent, en de tafel is al gedekt. Heel leuk allemaal, lekker primitief
want wassen zal lastig worden. We kruipen heerlijk in onze tenten en ’s nachts
hoor ik allerlei dierengeluiden als ik opsta om de prachtige sterrenhemel te
bewonderen.
10 juli, 07.00 uur (dit
verslag is gemaakt door Gino)
’s Ochtends stappen we, zonder
ontbijt en gewapend met slechts 1 banaan, in de jeep voor een drie uur durende
game drive. Om de hoek zien we een slapende gier in de boom. Een tijdje later
zien we een groep jeeps staan. Na wat beter kijken zien we drie hyena’s. Maar
zodra we naar de andere jeeps kijken, zien we dat ze naar de andere kant kijken.
Zodra een van de jeeps vertrekt gaan wij op zijn plaats staan en zie ik achter
een struik een leeuw liggen. Dan zien we nog twee leeuwenoortjes flapperen.
Opeens zien we dat de leeuw een zebra te pakken heeft!
Na een tijdje is het afgelopen
met de honger van de leeuw, en gaat hij lekker chillen onder een boom. Wij zijn
de eerst die aan de andere kant de hyena’s weer zien komen. Ze komen steeds
dichterbij MAAR de leeuw is niet van plan zijn zebra weg te geven. Dan komt de
leeuw uit zijn hangmat en verjaagt ze. De hyena’s proberen het niet opnieuw want
3 hyena’s versus 2 leeuwen is wat moeilijk.
Voor de rest het gebruikelijke
recept: herten, buffels etc. Nog een beetje rondkarren om daarna te genieten van
een heel goed te eten, maar door zeeeer veel wespen belaagd ontbijt.
16.00 uur
De tweede game drive is wat rustiger dan de ochtend drive,
waar meer te zien was. Wel ben ik gestoken door een T.W. (Tanzaniaanse Wesp).
Met Louise gaat het inmiddels stukken beter. Ze heeft zelfs frieten gegeten die
door onze Chef kundig zijn klaargemaakt. Het is niet te geloven wat deze man
zoal kan maken op een butagas stel en een houtskool vuur.
Opeens zien we 100 meter van onze tent een vijftal giraffen
lopen. Ze knabbelen tevreden aan de acacia-bomen en komen steeds dichterbij. Dit
is pas het echte Out-of-Africa-gevoel! Ze gaan pas weg als de jeep vertrekt
voor de derde game drive van deze dag.
16.30 uur (verslag door
Oscar)
Tijd voor de derde game drive.
Dak open en stof happen! Na een kwartiertje rondkarren, ineens een call op de
radio. Rafael geeft plankgas, 50, 60 km per uur gaat het, racen over het bospad.
Nina en Marjolein staan met hun wapperende en net schoongewassen haren in de
wind. Rafael zegt niks, hij houdt de spanning er in, terwijl steeds meer jeeps
ons spoor volgen. Na een wilde rit en een constant kwetterende radio, zien we in
de verte een kudde jeeps staan. Nog een keer vol gas. En dan zijn we er: een
luipaard in een boom. Meneer of mevrouw ligt heerlijk in de schaduw te slapen.
Pootjes en staart hangen losjes naar beneden. Af en toe even uitrekken....oh wat
is het toch lekker om lui te zijn! Een keer doet hij/zij even de groene ogen
open en ziet zeker 20 auto’s die in een grote verkeersopstopping staan, en vele
tientallen camera’s. Het beest heeft geen zin om uit de boom te komen, en we
moeten terug naar huis.
Vlakbij het kamp nog een
laatste verrassing als twee nijlpaarden brullend langs het water staan. Wat een
grote beesten! Een van de twee bakent zijn territorium af met een flinke plas,
terwijl hij zijn staart als een propellor rond laat gaan.
Tijd voor een heerlijk
avondmaal van vis uit het Victoriameer, een groentewrap en heerlijke
sperzieboontjes. Dan naar de tent, waar we oog in oog staan met een hyena die op
minder dan 50 meter afstand om de tent sluipt.
20.00 uur:
Na een beker wijn
te hebben gedronken met onze chauffeur Rafael, onze kok Daimon en de
assistent-kok, gaan we vroeg naar bed. Zo rond negen uur!!! ’s Nachts hoor ik
een paar keer hyena’s dichtbij en ze blijken bij de tent te zijn geweest op zoek
naar voedsel uit onze “keuken”. En verderop hoor ik het gebrul van een leeuw.
Een kwartier later schrik ik wakker omdat het gebrul nu wel erg dichtbij komt!
Gelukkig blijkt dit slechts het gesnurk van Oscar te zijn...
J
11 juli, 07.30 uur
Een half uurtje later dan anders ontbijten en vertrekken
we. Bij gebrek aan badkamer (wel een tentdouche) en omdat we geen water willen
verspillen, slaan we de douche even over tot vanavond. Dan gaan we op weg naar
Ngorongoro. Een rit van drie uur, die wat langer gaat duren want we spotten een
cheetah mama met 4 welpen. En dan: wat een pech, alweer een lekke band! Oscar
en Rafael gaan heel moedig de auto uit om de band te verwisselen terwijl wij de
cheetah in de gaten houden. Spannend!!! Zo hebben we heel veel tijd om dit mooie
jachtluipaard en haar kleintjes goed te bekijken.
We rijden verder en verlaten de prachtige Serengeti-vlaktes,
waarna we het gebied van de Ngorongoro-krater binnenrijden. Weer een gebied waar
we vele Maasai zien met hun kuddes runderen. Als we stoppen bij de krater om van
het uitzicht van bovenaf te genieten komt er een Maasai naar ons toe om
kettingen en armbanden te verkopen en Oscar neemt snel wat foto’s. Wat zijn dat
toch mooie mensen...
Dan dalen we verder af, de diepte in en zien onderweg al
veel dieren. In de krater zelf is het een drukte van jewelste en de jeeps
veroorzaken zoveel stof, dat we af en toe zand in de ogen krijgen en moeten gaan
zitten. De concentratie van dieren is enorm en we zien dan ook in één oogopslag
vele zebra’s, hyena’s, flamenco’s, buffels, gazelles. Het meer ligt prachtig in
de zon met zijn witte zoutranden die pijn doen aan je ogen. Een hyena sleept een
buffelkop door het water. We lunchen aan de rand van het meer bij de nijlpaarden
(althans, op een veilige afstand van!). Een stuk verderop liggen er nog meer, en
ze zwaaien met hun staartjes om water over zichzelf heen te gooien. Als er een
begint te poepen propellert hij de poep over zijn soortgenoten heen en Oscar
maakt snel een onsmakelijke foto.
Op weg naar de campsite komen we oog in oog te staan met
een olifant die heerlijk een struik staat te mollen op zo’n 10 meter van ons af.
We zijn zwaar onder de indruk als hij begint te poepen en plassen en zijn
pielemans tot aan de grond komt! J
Een supersteile klim naar boven, uit de krater, maakt dat
ik af en toe even benauwd naar beneden kijk. Waarom zijn hier vangrails nog niet
uitgevonden, vraag ik me af. Eenmaal boven, zijn we nogal verrast als we op onze
campsite aankomen. Niet alleen is het heel koud (we zitten hier op bijna 2000
meter) maar er staan meer dan 100 andere tenten van toeristen. Dat hebben we tot
nu toe nog nergens meegemaakt! De koks die met de gezelschappen zijn meegekomen
vinden het prima, die hebben een gezamenlijke overdekte kookruimte waar heel wat
afgelachen wordt. Vooral onze Daimon heeft het hoogste woord.
Opeens duikt er een megagrote olifant op pal naast de
tenten, die hier kind aan huis blijkt te zijn en even de watertank een stuk
leger komt drinken! Geweldig om te zien en ook wel spannend, want het blijft
toch een wild dier. Natuurlijk zijn er weer een paar domme toeristen die het
dier van dichtbij met flitslicht gaan fotograferen. We horen later dat de
olifant al eerder eens boos is geworden en de tenten heeft platgewalst.
De douches hebben alleen steenkoud water, maar we zijn
vastbesloten en bijten op onze tanden terwijl we ons wassen. Lange broek en
meerdere shirts aan, en zo gaan we aan tafel in een soort van eetzaal waar een
paar groepen aan lange tafels mag aanschuiven voor het avondeten dat hun kok
heeft gemaakt. Onze Chef heeft natuurlijk veel lekkerder gekookt dan die
anderen!
Na een koude nacht met veel geluiden van snurkende buren en
klapperende tanden, worden we lekker fris en heel uitgerust weer wakker.
12 juli, 08.30 uur
Vertrek uit Ngorongoro, op weg naar Tarangire. De bedoeling
is dat we rond de middag op onze campsite lunchen, maar de stabilisatorstang van
een wiel is gebroken en Rafael stopt in een dorp om dit even te laten maken. In
de tussentijd lopen wij door het dorp en maken kennis met een 10-jarige jongen,
Emas. Deze blijft bij ons lopen en geeft zo een gratis rondleiding. Het is een
en al stof, koeien staan in pickup trucks, huisjes die geen ramen hebben maar
iedereen is bezig, goed gekleed en we vermoeden dat dit toch een “rijk” dorp is.
We ontmoeten alleen maar vriendelijke mensen en kijken onze ogen uit bij al deze
coleur locale. We geven het kind een blikje cola en hij geeft onze kinderen alle
4 een gratis ketting, terwijl hij die eerder aan ons probeerde te verkopen. Goed
voor ons allemaal om even te voelen wat het is om iets aan anderen te geven
terwijl je zelf niet veel hebt.....
Nog even met de plaatselijke kids op de foto en dan naar
ons volgende park. Tarangire, waar ik me vooral op verheug gezien de
aanwezigheid van veel olifanten en veel baobab-bomen. Bij de entree van
Tarangire National Park staat al meteen een gigantische baobab-boom en ik mag
ermee op de foto (het lukt bij lange na niet om mijn armen om hem heen te slaan,
je ziet me geeneens staan op die foto....).
De eerste game-drive gaat naar onze campsite en inderdaad:
veel baobabs en heel veel wild. Honderden zebra’s, wildebeasts en waterbuffels.
Als we arriveren in onze campsite is de tafel al gedekt en Daimon zet ons weer
een heerlijke lunch voor. Weer een heerlijke plek hier, met slechts een paar
andere kampeerders. Een grote vrije plek in de wildernis, onder de baobabs en
een keuken die zich gezellig onder de bomen bevindt.
De game-drive van de middag is spectaculair: we zien een
prachtige natuur (alwéér anders, meer grassen en heuvelachtig, met een rivier en
drinkpoelen) en veel wild. Tegen het eind van de middag steken vlak vóór ons een
stuk of tien olifanten over, met kleine fantjes. We vallen stil en kijken alleen
nog maar. Het is geweldig om te zien hoe dicht ze ons durven te benaderen. Heel
erg op hun gemak lopen ze voor ons langs, de vader kijkt ons nog even aan om ons
te waarschuwen terwijl naast onze jeep twee olifanten met de slurven elkaar
“bepotelen” en weer een stukje verderop een koppel bezig is een baby-fant te
maken..... We blijven hier bijna 45 minuten staan, zo mooi is het allemaal.
Dan, op de terugweg, een groep gieren aan de rivier die aan
een kadaver plukken en vervolgens een geweldig mooie zonsondergang, een rode bol
boven het riviertje en donkere baobabs tegen de achtergrond. Zucht.....
Het avondeten gaat gepaard met Afrikaans gezang want een
van de groepen heeft een feestje. In onze keuken is het ook gezellig want onze
kok heeft bezoekers en die houden hem gezelschap. We zitten weer te smikkelen
naast de romantische olielampen en slapen als babies. Wat een heerlijke dag,
alweer!!! Jammer genoeg is het onze laatste avond met onze Chef en zijn
assistenten. Alleen Rafael gaat nog met ons verder.
|
Dieren die wij hebben gezien:
Giraffe (Twiga), Olifant (Timbo),
Dikdik, Zwijn (Pumba), Nijlpaard (Kiboko, Hippo), Impala,
Wildebeest, Baviaan (Njani), Kalabasaap (Bega), Waterbuffel,
Waterbok, Flamingo, Pelikaan, Ooievaar, Struisvogel, Gier, Hyena,
Jachtluipaard (Cheetah), Leeuw (Simba), Luipaard, Jakhals, Vos,
Eekhoorn.
En ontelbare vogels en kleinere
dieren waar mij de namen van ontschoten zijn. |
13 juli, 09.00 uur
We nemen innig afscheid van Daimon en zijn assistenten. Dan
vertrekken we voor onze laatste game-drive, waarin we drinkende zebra’s en gnoes
zien. En alweer hebben we geluk, een kudde overstekende olifanten tegen te
komen. Een heel kleintje is bijna niet te zien in het hoge gras, en een
verontwaardigde “puber” toetert kwaad op ons als we langsrijden.
We tuffen het park uit en rijden naar Kilimanjaro airport.
Onderweg weer veel zwaaiende mensen en lachende gezichten. Een knuffel en dikke
fooi voor de ploeg die we aan Rafael overhandigen, en dan is het wachten op onze
vlucht naar Zanzibar. Met een vertraging van 1 ½ uur mogen we een overvol
vliegtuig in. Gelukkig is het maar een half uurtje vliegen. We stappen uit op
een warm, vochtig airport en onze koffers worden met de hand van de kar gehaald
en voor ons op een tafel gezet.
Het busje van ons hotel staat al klaar en we worden door
Stone Town gereden, op het eerste gezicht een vuile en stinkende stad. Oscar
vraagt zich vertwijfeld af waar we nu terecht zijn gekomen. Het ziet er
inderdaad vies uit maar ik weet uit ervaring dat dat bij een derde wereldland
hoort, en dat het went. Ons hotel, Mtoni Marine, is sfeervol en de bediening
welwillend, ook al kunnen ze een cursus Engels heel goed gebruiken. De kinderen
krijgen met hun viertjes hun eigen appartement (suite!) met 2 slaapkamers, 2
badkamers, een keuken en een groot balkon. Het ziet er een beetje uit als 1001
nacht-sprookjes, dus dit valt in goede aarde. Voor ons is een grote kamer met
zeezicht en kingsize bed ( volgens Oscar de bruidssuite
J ) met een groot balkon en een
doorkijkje tussen de ruime badkamer en de slaap/zitkamer. We nemen (eindelijk!)
een heerlijk warme en uitgebreide douche en met frisgewassen haren en bruine
snoetjes gaan we het restaurant opzoeken.
Tot onze vreugde zijn er ook tafels gedekt op het strand,
rondom een kampvuur. Uiteraard gaan we hier zitten, lekker met de voetjes in het
zand, en we mogen kiezen uit een aantal voor- hoofd- en nagerechten, wat niet al
te lastig is omdat er diverse dingen niet voorradig zijn. Een drietal
heren-in-jurk schotelt ons op het strand Afrikaanse muziek voor, wel
toepasselijke muziek op deze locatie. We kuieren lekker door de mooi aangelegde
tuin naar onze heerlijke bedjes om onder het muskietennet lekker te gaan dromen.
14 juli
Onze eerste echte dag in Zanzibar en we gaan eerst lekker
ontbijten. Pannenkoek, omelet, vers fruit, het smaakt heerlijk allemaal. We
lenen de handdoeken van het hotel en gaan bij de buren zwemmen, omdat ons
zwembad nog lang niet klaar is. Volgens een eerder ontvangen email zijn ze een
maand achter op schema, naar onze mening pas in de beginfase.... Bij de buren,
die alleen bungalows verhuren, is het erg rustig en we hebben het zwembad bijna
voor ons alleen. De kids zwemmen lekker in het zwembad en in de zee. Na een bord
frietjes bestellen we een taxi naar het centrum van Stone Town, de oude stad van
Zanzibar city. We vinden wel de juiste straat in het centrum, maar lopen ons
voor de tweede keer al suf om een pinautomaat te vinden die a) het doet b) niet
alleen Visa maar ook Mastercard accepteert. Dat blijkt dus niet het geval en
gelukkig is het duikcentrum, waar we een snorkelexcursie boeken, bereid om ons
extra geld te laten pinnen.
Het centrum zelf is oud, kapot en niet opgeknapt, dus
troosteloos. Maar wel veel activiteit, iedereen loopt wel wat te doen. Op het
strand bij de haven nemen we een drankje op een terras en genieten van de
kunsten die de lokale bevolking uithaalt om auto’s over het strand naar de
veerboot te laten rijden. Er moet zelfs een 4-wheel drive aan te pas komen om
een vrachtwagen uit het zand los te trekken. We vermaken ons nog even met de
plaatselijke straatventers die alles “very cheap” willen verkopen, van nootjes
tot t-shirts tot c.d.’s met de plaatselijke hits. Afdingen noodzaak!
We hebben weer geld, onze snorkeloutfits zijn gepast (how
charming!) en we maken een deal met een taxi-chauffeur die ons de rest van ons
verblijf hier overal heen zal brengen. In ons hotel zijn de bedden gemaakt met
allemaal verse bloemen op het bed, en ons favoriete 3-mans orkest zit zich weer
bewusteloos te spelen onder de rook van het kampvuur. Onze favoriete gerechten
zijn er nog steeds niet, maar we krijgen ons buikje toch weer rond gegeten. Op
tijd naar bed, want morgen wordt het vroeg op en zwemmen met de vissen!
15 juli, 08.00 uur
Een snel ontbijt, en dan staat “onze” chauffeur Thomas
gereed om ons naar de haven in Stone Town te brengen. We melden ons bij de crew
en gaan naar de houten boot die ons, en twee groepjes duikers, naar het rif bij
Prison Island zal brengen. Het is een beetje bewolkt en daardoor wat frisser,
maar het half uurtje op de boot is toch wel lekker. Als we aankomen bij het rif
zien we dat het water hier heel mooi lichtblauw is en we kunnen de bodem zien,
zó helder. De duikers maken zich klaar en dan beginnen wij, met onszelf in het
pak te hijsen en de zwemvliezen aan te trekken. Dat heeft nog heel wat voeten in
de aarde (of moet ik zeggen: in het water?). Eén been optillen in een wiebelende
boot ziet er bij de meesten erg komisch uit! Dan even lekker spugen in de
duikbril, pijp in de mond en springen maar!
Bij Louise zijn eerst wat startproblemen met de bril en de
techniek, maar zij mag met de instructeur mee aan de reddingsboei en al snel
gaat het beter. Het rif is prachtig en iedereen geniet van de verschillende
soorten koraal en mooie vissen, zeesterren, zee-egels en zee-komkommers. Af en
toe komt een kleine kwal ons prikken maar voort de rest is het alleen maar
genieten. Na 45 minuten gaan we terug naar de boot en op het dek wachten op de
duikers. Deze zijn op 18 meter diepte geweest en hebben het erg koud.
We lunchen aan boord met allerlei lokale hapjes en fruit.
Dan is het tijd voor een tweede snorkelsessie: een ander rif, iets minder groot
en minder diep, maar met op 4 meter diepte een scheepswrak en hier zit ook veel
vis. Het is alweer prachtig en iedereen heeft het naar zijn zin. Ook boven water
wordt het steeds beter want de zon begint door te komen. We zijn zelfs een
beetje verbrand want kunnen ’s avonds precies zien waar het duikpak ophield
gezien de “witte bermuda’s” die we aanhebben.
Als we terug zijn bij ons hotel willen de kids nog even
gaan zwemmen “bij de buren”. Oscar en ik nemen even rust en besluiten om een
ijsje te gaan scoren als de kinderen terug zijn. Zo ontdekken we de sport bar in
ons hotel annex bistro, voor mij direct de fijnste plek hier aangezien het
terras een prachtig uitzicht op een baai heeft. Het ijs en de muffins smaken nóg
beter als we de zonsondergang zien op het strand, met in de verte een ander
eiland. Ik heb een brok in mijn keel en Oscar maakt heel veel foto’s om dit
prachtige schouwspel als herinnering vast te leggen.
We reserveren direct een tafel voor het avondeten, zodat we
eens iets anders kunnen bestellen dan bij ons restaurant. De mannen kijken even
naar de Tour en de meiden spelen pool biljart. Daarna lekker douchen en
inpakken, want morgen is alweer onze laatste dag. Onze Zanzibar-versie van tante
Sidonia komt muggenverdelger spuiten op de kamers en lacht zich een ongeluk als
Oscar vuile handdoeken opvouwt om haar mee te geven... Dit is duidelijk een land
waar vrouwen de mannen nog op handen dragen
L ’s Avonds eten we lekker hamburger, fish and chips en pasta onder de
glunderende ogen van de huiskat. Verder maken we voor de eerste keer in dit land
kennis met een tropische regenbui, en dat terwijl de paraplus van het hotel zo
lek zijn als een zeef.
16 juli, 07.00 uur
De wekker loopt vroeg af want we moeten de koffers verder
inpakken, waarna we met Thomas naar de oostkust gaan om een heel mooi strand te
bekijken. Bounty stranden, volgens de reisgids. Hij staat alweer op tijd gereed,
en netjes gekleed, als we onze koffers aan onze lieve oude hotelportier hebben
gegeven die ze voor ons bewaart. Tijdens een prachtige rit over het eiland zie
we een weelderige tropische plantengroei van bananen, mangobomen, rijstvelden,
afgewisseld met dorpen waar de tijd heeft stilgestaan. Mensen in kleurige
kleding, veelal moslims, lopen langs de wegen. In het midden van het eiland
regent het flink en weggetjes in de dorpen veranderen in oranje modderpoelen.
Ossenkarren staan langs de weg en kippen steken de straat over. Kinderen dragen
bananenbladeren als paraplu boven hun hoofd.
Thomas brengt ons eerst naar een verlaten vissersstrand,
waar zich een dorpje bevindt met een aquarium voor zeeschildpadden. De grootste
is meer dan 1 meter en we mogen hun voeren met zeewier. De kleintjes mogen we
zelfs even vasthouden. De grote slang in een kooi en het baby-poesje dat ons
achtervolgt, laten we liever voor wat ze zijn want dat vinden we te zielig. Dan
rijden we terug langs een aantal resorts en nemen een klein weggetje dat naar
het strand leidt. Helaas is het bewolkt, maar het strand is rustig, mooi, het
zand superwit en het water alle tinten blauw. We drinken koffie langs het
strand, maken een wandeling en de kinderen verzamelen schelpen en koraal. Een
idyllisch plekje, zeker als de zon opeens doorbreekt en het witte zand je gewoon
je ogen laat dichtknijpen. De w.c. in de strandbar is buiten gebruik, maar we
mogen gewoon naar de badkamer van een van de bewoners achter het strand. Over
gastvrij gesproken! Dan is het helaas tijd om terug te gaan naar onze taxi en
naar ons hotel voor de lunch. Weer een schitterende rit over dit mooie eiland,
ondanks de pittige regenbuien.
We eten een pizza in ons sportcafé, halen de koffers op en
worden door de hotelshuttle op het vliegveld afgezet. We zijn op tijd bij
Zanzibar Airport en checken snel in. Alhoewel....eenmaal met onze instapkaarten
in de hand, worden we fijntjes gewezen op de luchthavenbelasting van 50 dollar
p.p. en Oscar is verontwaardigd als hij ook nog eens de uitreiskaarten opnieuw
moet invullen en tot overmaat van ramp ook nog zijn handbagage wordt
gecontroleerd. Twintig minuten te vroeg (huh???) mogen we instappen en
vertrekken we van Zanzibar naar Daar-es-Salaam en van daaruit naar Addis Abeba,
Parijs en Brussel. Veel geslapen en een vlottere vlucht dan de heenreis. Helaas,
het is alweer afgelopen, onze droomreis!
Om dit dagboek van onze reis naar Tanzania en Zanzibar
volledig te maken, hebben we besloten om allemaal onze persoonlijke gevoelens
en gedachten over onze vakantie aan dit dagboek toe te vertrouwen. Hier volgen
de ontboezemingen van Nina, Louise, Marjolein, Gino, Oscar en mijzelf. Ik hoop
dat iedereen die dit dagboek leest veel plezier zal beleven aan onze
reisherinneringen.
Nicolle Felix
Nina, 14 jaar
Jambo!! De safari met alle
dieren vond ik geweldig, en wat ik vooral fantastisch vond waren de olifanten,
de giraffen en de leeuwen. Het verbaasde me dat de dieren heel dichtbij kwamen.
Met de tenten ’s nachts tussen de dieren vond ik erg leuk maar soms ook best wel
eng want de dieren kwamen dichtbij de tenten. De dingen die we hebben gedaan in
Zanzibar waren ook super. Ik vond het snorkelen het leukste van de tijd in
Zanzibar.
Het eten op safari vond ik erg
lekker want het waren dingen die ik lekker vond en het was lekker klaargemaakt.
Het eten in Zanzibar vond ik wat minder want het meeste lustte ik niet. Hoe de
mensen moeten leven in Tanzania en Zanzibar vond ik erg om te zien. De huizen
waren heel erg klein en kapot. De voetbalvelden waar de kinderen op speelden
lagen vol met afval. Het stonk heel erg.
De reis was voor mij een
speciale ervaring want het zien van de prachtige dieren en de andere manier van
leven vond ik erg speciaal. Ik zou zo’n reis nog wel eens willen doen alleen het
vliegen was wel lang, maar het was wel eens leuk om het overstappen mee te
maken.
Kwaheri! Nina
Lolo (Louise), 13 jaar
Ik vond het mooi, maar zielig
om al die arme huisjes te zien. Vooral omdat de mensen die daarin wonen niks
hebben. De dieren vond ik erg mooi, de leeuwen met hun welpies vond ik het
mooist.
Marjolein, 13 jaar
Jambo! Ik vond de safari erg
mooi en leuk om te doen. Het eten was erg lekker. Rafael reed goed en we zagen
veel, dus de safari was erg leuk. Wat jammer was, was dat Louise ziek werd en
dat we daardoor misschien eerder naar huis moesten. Gelukkig zei de dokter dat
ze niet naar huis hoefde dus kon de safari gewoon doorgaan.
In Zanzibar was het net zo
leuk. We gingen lekker zwemmen in het bad van de buren (en natuurlijk in een
keer met een bommetje in het water springen!). Ook hebben we gesnorkeld dat was
hartstikke mooi en toen ik met mijn snorkel in het water lag lukte het me in één
keer.
Gino, 14 jaar
Ik vond niet een van de
details mooi, bijvoorbeeld een luipaard of een olifant, maar wel het grote beeld
van Tanzania: de dieren, de mensen, het past gewoon precies. Maar buiten dat
beeld is het armoede wat de klok slaat. Wij hebben ook iets gezien van die
wereld, maar niet zo heel veel. Misschien maar goed ook....
Oscar
Jambo, allemaal! Twee dagen
weer thuis, goed de tijd gehad om even na te denken over wat ik het mooiste vond
van de reis naar Tanzania. Op de allereerste plaats is het heel bijzonder om
zo’n reis met vier lieve kinderen en een even zo lieve vriendin te maken. Samen
geniet je dubbel zoveel ervan.
Ik was totaal verbaasd te zien
dat er zo enorm veel dieren leven op die plek op aarde. Overal waar je keek zag
je wild leven. En dat op een plek die zo droog is, dat je goed moet zoeken naar
wat water en wat schaduw. Het was best spannend om in ons tentje te liggen en ’s
nachts de wilde dieren te horen. Vooral de hyena’s waren dichtbij te horen. Wat
ook heel speciaal was, was de manier hoe er voor ons werd gezorgd. Voor Rafael
was het nooit teveel om nog eventjes ergens naar toe te rijden, en Daimon
toverde een aantal keer per dag de lekkerste gerechten op tafel die hij maakte
op een simpel vuurtje van houtskool. De armoede in Tanzania was natuurlijk best
naar om te zien. Op het vasteland vond ik het nog wel meevallen, en het viel me
op dat alle mensen erg vrolijk waren. Op Zanzibar vond ik het nog een slag
erger. Alles kapot, stinken en kinderen die in het vuil aan het spelen waren.
Het meest speciale van de
vakantie vind ik de herinnering aan Emas. Een jongetje van 10 jaar, die ons
vrijwillig als een gids door zijn dorpje heeft rondgeleid. Hij vertelde dat hij
maar 3 dagen in de week naar school kon. Niet snel zal ik vergeten hoe blij hij
keek toen ik een blikje cola voor hem kocht. Als afscheid gaf hij aan alle vier
de kinderen een mooie ketting kado, die hij eigenlijk probeerde te verkopen. Ik
vond dat zo enorm lief en typerend voor de meeste mensen die ik in Tanzania heb
gezien.
Een prachtige, arme, maar zeer
rijke plek op aarde. Kwaheri, Oscar
Nicolle
“I dreamed of Africa” is een
van de zinnen die mij zijn bijgebleven uit de film Out of Africa met Meryl
Streep. Nadat Kenia een onvergetelijke indruk op mij maakte zo’n 18 jaar geleden,
heb ik altijd de wens gehad nog eens naar Afrika terug te keren. Dit jaar, in
vele opzichten een speciaal en gedenkwaardig jaar voor mij, ging het dus echt
gebeuren. En nog wel met kinderen en vriend erbij, een hoogtepunt in mijn leven
dus.
Zodra wij geland waren in
Tanzania voelde ik me alweer thuis en gaandeweg leerde ik Tanzania en haar
bewoners een beetje kennen. De altijd lachende en vriendelijke bevolking, de
heerlijke temperatuur, het prachtige landschap. Zo eerlijk, zo puur, zo wild, zo
echt! En het geluk dat we hadden om veel wild van dichtbij te zien, meestal met
jongen. Fantastisch. De schoonheid en de rust van dit land hebben mij meerdere
malen ontroerd en me een speciaal gevoel gegeven. Daarom moet ik bekennen dat
een klein stukje van mijn hart hier is achtergebleven.
En ik zeg dus weer: “I dream
of Africa”! Kwaheri, Nicolle
P.s. En namens ons allen: een
speciaal woord van dank voor onze Hans en Wilfred van onze reisorganisatie en
hun crew in Tanzania, voor de fantastische begeleiding en goede zorgen!
Beoordeling van deze safari:
|
Privé reizigers: |
Het mooiste ? |
Cijfer |
|
Nicole, Oscar, Gino
(14),
Nina (14), Marjolein (13),
Louise (13).
Juli
2008 |
De flexibiliteit in het schema, de support voor Louise, de
betrokkenheid en vriendelijkheid van de crew. Verder niets dan lof
over deze reis, met name voor jullie organisatie en de medewerkers
die ons begeleid hebben! Onvergetelijk was het zeker! |
8-9 |
|
Duur: 10 dagen.
Route: Arusha, Manyara, Serengeti, Ngorongoro, Tarangire, Zanzibar. |
|